Soberheid bij de geredde grootbanken helpt de overheid

ECB

Spelers op de financiële markten proberen hun toekomstig rendement veilig te stellen en laten zo de kost van de Belgische staatsschuld oplopen. Dat is sneu voor elk van ons. Uiteindelijk draaien we op voor de rentelasten op de staatsschuld. Maar kunnen we ons ook indekken tegen de risico’s waarop de markten nu al een prijs plakken? Het was even schrikken. Sinds vorige maand is de overheid bij wijze van spreken in één klap 80 miljoen euro per jaar armer. Een rentestijging van 20 basispunten zorgt voor extra kosten op de Belgische staatsschuld. Beleggers in overheidsobligaties vragen die hogere rente omdat ze denken dat het risico op wanbetaling door België een beetje gestegen is. Aan wat denken de financiële markten als ze de rente op de overheidsschuld van ons land laten stijgen? Algemeen wordt aangenomen dat onze economie naast heel wat sterke punten, twee zwaktes meetorst: de hoge staatsschuld en de kwetsbare grootbanken. Als de rente voor de herfinanciering van de hoge staatsschuld te veel stijgt, riskeren we in een rentesneeuwbal terecht te komen. We betalen dan steeds meer rente terwijl de schuld toch verder aandikt. De financiële markten weten dat enkel draconische besparingen of een schuldherschikking dan nog soelaas bieden. In het laatste geval draaien ze mee op voor de kosten. Dat risico verrekenen ze nu al. Een tweede risico is verbonden aan de redding van de banken uit 2008. De Belgische regering verleende aan de probleembanken voor meer dan 20 miljard euro kapitaalsteun, maar voor nog veel meer geld aan waarborgen. Dexia heeft bijvoorbeeld nog een waarborg lopen van 100 miljard euro. Met die redding gaf de overheid het signaal dat ze bepaalde financiële instelling niet laat failliet gaan. Anders gezegd: als die banken terug in de problemen komen, zal de overheid ze opnieuw met geleend geld te hulp moeten schieten. Jammer genoeg zijn die ‘systeemrelevante’ instellingen voor tientallen miljarden euro blootgesteld aan landen die nú al in de problemen zitten zoals Griekenland en Ierland. Als onze grootbanken een schuldherschikking in die landen moeilijk kunnen verteren, staat onze regering mogelijk voor een tweede reddingsoperatie. Dan stijgt de staatsschuld opnieuw. Dat tweede risico is dus onlosmakelijk verbonden met het eerste, net zoals in Ierland. Problemen bij de geredde financiële instellingen, in de eerste plaats bij KBC en Dexia, zijn mogelijk ook slecht nieuws voor de Belgische staatskas. Hoe klein die kans ook is, ze wordt sinds de uitspraken van Merkel dat de obligatiehouders mee gaan betalen, al door de markten ingecalculeerd. Voor het eerste risico bestaan geen wonderoplossingen. De betaalbaarheid van de staatsschuld hangt in grote mate af van de economische groei. Die is voor een open economie als België dan weer sterk afhankelijk van de groei in de buurlanden. Daarop heeft ons beleid niet erg veel vat. Toch kan een krachtdadige regering die gericht investeert en bespaart, het begrotingstekort beïnvloeden en de staatsschuld zo trachten onder controle te houden. Maar ook voor het tweede probleem ligt er bij de overheid deels een antwoord. Eigenlijk zou ze niet mogen toelaten dat er financiële instellingen bestaan die te groot zijn om te falen. Want telkens als die in de problemen komen, volgt de overheid en de belastingsbetaler. De balans van Dexia en KBC is nog steeds bijna driemaal zo groot als het Belgisch BNP. Een gelijkaardig onevenwicht ontwricht momenteel de Ierse staatsfinanciën. Dat maakt dat de overheid er alle belang bij heeft om op soberheid aan te dringen bij de systeemrelevante financiële instellingen. KBC en Dexia gaan in 2010 samen meer dan 2 miljard euro winst maken. De lage beleidsrente en de lucratieve staatsobligaties van de risicovolle landen spelen nu nog in hun voordeel. Als de overheid die winsten niet via belastingen gebruikt om de staatsschuld af te bouwen, zou ze er minstens op moeten aandringen dat ze in de ondernemingen blijven om toekomstige schokken op te vangen. Ze kan via haar overheidsbestuurders aandringen op het bannen van bonussen voor het management of dividenden voor de aandeelhouders. Bijkomend voordeel: de door velen als onrechtvaardige ervaren fiscale cadeaus aan de banken blijven zo in de instellingen om toekomstige onheil op te vangen. Banken kunnen de komende jaren immers nog voor miljarden euro’s verliezen die voortkomen uit eigen fouten, aftrekken van de belastingen. Precies het omgekeerde van wat we nu nodig hebben: de lasten wat meer doorspelen naar degenen die risico’s nemen en de lusten wat maar verdelen onder het publiek. Dit artikel verscheen op deredactie.be

Mathias Bienstman