Boekhouderspolitiek: de gevaren van een bankverkoop

Climaxi 2012

De overheid verkocht haar aandeel in BNP Paribas Fortis. Minister Geens voorziet een gelijkaardige toekomst voor Belfius. Maar wie een bank verkoopt, is daarmee nog niet verlost van de risico’s die die bank neemt. De staat blijft garant staan voor het Belgische spaargeld in BNP Paribas. Alleen verliest zij nu de hefbomen om een duurzaam beheer van die spaargelden te verzekeren. Opnieuw kiest de Belgische overheid voor gemakkelijke boekhouderspolitiek, in plaats van voor grondige hervormingen.

De Europese Commissie, die tegenwoordig het laatste woord heeft over de begrotingen van de lidstaten, zet al een tijdje druk op België om haar schuldgraad te verlagen. Zoals we vorige week in Knack konden lezen is de regering Di Rupo kampioen in het besparen door middel van eenmalige maatregelen. Niet gek dus dat ze in haar zoektocht om de schuldgraad onder de 100% te krijgen de overweging heeft gemaakt haar aandeel in de Belgische tak BNP Paribas Fortis te verkopen. 900 miljoen euro winst voor de belastingbetaler. Goed nieuws, toch?

Men kan zich afvragen of we de reddingen van 2008 als de nationalisering van banken of als privatisering van het ministerie van Financiën moeten zien. Als de staatsschuld vandaag opnieuw boven de 100% van het BNP uitstijgt, komt dat in de eerste plaats omdat we banken moesten redden die bijzonder onduurzaam werden bestuurd – met hoge leverage, hoge bonussen en een bijzonder zwak risicobeheer. In grote mate is dat trouwens nog steeds het geval: BNP Paribas blijft kampioen in trading en zwak in investeringen in de reële economie.  Op het vlak van maatschappelijk schadelijke investeringen komt de bank keer op keer als een van de slechtste leerlingen uit de bus. Denken dat die problemen verdwijnen door ze te verkopen, is een vorm van wensdenken. Ook na de verkoop blijft de Belgische staat garant staan voor de deposito’s van de honderd duizenden Belgische spaarders bij de bank – tot een maximum van 100.000 euro per spaarder. Ook die verantwoordelijkheid is niet weg. Wel verliezen we de hefbomen om invloed uit te oefenen op het businessmodel van BNP Paribas. En verslechtert het onze onderhandelingspositie nog verder als dat spaargeld opnieuw gered zou moeten worden. Iets gelijkaardigs geldt voor de werkgelegenheid (en de lonen) van duizenden Belgische werknemers bij de bankgroep. Ook daar dreigen we, net omdát we minder invloed kunnen uitoefenen, een buitensporige prijs te betalen. Achter het opsmukken van de overheidsschuld en het beperken van de factuur van 2008 schuilt het uit handen geven van een van de belangrijkste vehikels die België ooit gehad heeft om de economie te financieren.

Op zich is het een terechte opmerking dat politici zelf geen bankier moeten spelen. Aan politici immers geen gebrek toen Dexia omgevormd werd tot een ‘hefboomfonds dat faliekant onderuit is gegaan’ (in de woorden van Dehaene). Maar dat is een zeer slecht excuus voor de overheid om niets te doen opdat die hopeloos inefficiënte banken die we in 2008 geërfd hebben, vehikels worden om een duurzame economie te financieren. Wanneer Koen Geens het over Belfius heeft, wordt pijnlijk duidelijk wat de strategie van de overheid is: “We moeten eerst zorgen dat Belfius helemaal weer de oude is, om een meerwaarde te boeken en met hetzelfde gerust hart te kunnen verkopen.” Lees: banken die door de druk van aandeelhouders kapot gemaakt zijn redden, oplappen, herstructureren, personeel ontslaan, weer winstgevend maken en… weer aan aandeelhouders verkopen.

Boekhoudkundig oogt de verkoop van BNP Paribas Fortis mooi, qua visie voor een duurzame economie is het huilen met de pet op. In dit geval is het wel een goed idee om ons te laten inspireren door onze Duitse buren. Er bestaat in Duitsland namelijk een stelsel van lokale publieke banken die wel van publiek recht zijn, maar niet enkel door lokale overheden maar ook door personeel en andere stakeholders bestuurd worden. Banken die geen eurocent hulp nodig gehad hebben in 2008 en een soort mix zijn tussen een publieke bank en een coöperatieve bank. Het zou kunnen voor Belfius. We hebben alleszins nood aan plannen om weer greep te krijgen op de financiering van onze economie.

Frank Vanaerschot