Complementaire munten nemen vlucht

Esther en Hugo

FairFin experimenteert al dertig jaar met alternatieve geldsystemen. Samen met Stad Gent, Samenlevingsopbouw Gent en de Vlaamse Overheid lanceerde FairFin in 2010 het pilootproject Torekes in de Gentse wijk Rabot. Sindsdien pioniert FairFin onder de naam Muntuit met complementaire munten. In de cockpit zit Hugo Wanner: hij werkte na de Gentse Torekes mee aan de op- en doorstart van de Turnhoutse Troeven, de e-portemonnee in Limburg en binnenkort Brusselse zorgmunt BuurtPensioen.

Waarom is er nu zoveel beweging rond complementaire munten?

De economische en financiële crises vormen een goede voedingsbodem voor complementaire muntsystemen. Ze brengen een veelheid aan problemen met zich mee: bedrijven sluiten, werkloosheid neemt toe, banken geven minder snel leningen… Maar de noden blijven bestaan. Om toch vormen van bedrijvigheid in gang te zetten, gaan ondernemingen, overheden en individuen op zoek naar muntsystemen buiten de reguliere economie om. Daarnaast zijn er ook grote maatschappelijke kwesties, rond milieu en vergrijzing bijvoorbeeld, die vragen om alternatieve oplossingen.

In Limburg wordt milieuvriendelijk gedrag in de hand gewerkt met de e-portemonnee, een digitale complementaire munt. Wat is de stand van zaken?

De e-portemonnee is inmiddels operationeel in tien Limburgse gemeenten. In Hasselt, Genk en Beringen wordt hij gelanceerd. Heel goed dat die drie ‘grote vissen’ meedoen! In Beringen gaan we bovendien van start met een sociaal project: de e-portemonnee wordt ingezet om problemen rond kansarmoede aan te pakken. Een beetje zoals bij de Torekes in Gent.

Wat zijn de grootste uitdagingen?

Twee dingen. De technologie moet mee-evolueren: als we de e-portemonnee geavanceerder kunnen maken, wordt de uitbreiding naar nog meer gemeenten, veel gemakkelijker. Daarnaast is het nu bij de e-portemonnee, maar ook bij vele andere complementaire muntsystemen, duidelijk aan het worden dat het teveel top-down is georganiseerd. We zijn nu aan het zoeken naar manieren om meer bottom-up te gaan. De LETS-groepen bijvoorbeeld, doen dat heel goed. Zij blijven zich ontwikkelen en meer jonge mensen aantrekken.

KORT

De Torekes wonnen de Oost-Vlaamse prijs voor het sociaal-cultureel werk 2013. Het Torekes-project werd zo succesvol, dat de proeffase intussen werd ingeruild tegen een ‘project van onbepaalde duur’. De Torekes zorgden in de buurt Blaisantvest-Rabot voor een dynamische samenwerking tussen buurtbewoners. www.torekes.be

Onlangs al voorzichtig onder de aandacht gebracht: Troeven in Turnhout. Organisaties in de buurt belonen je met Troeven wanneer je voor hen activiteiten verricht gericht op een betere buurt. Een binnentuin onderhouden, meehelpen in het buurthuis, nieuwe Turnhoutenaars welkom heten, meehelpen met een schoonmaakactie of een kaartspel spelen met ouderen in het verzorgingstehuis. Troeven kunnen worden omgewisseld bij een aantal organisaties of handelaars in de buurt. Binnenkort volgt de echte lancering. www.troeven.be

De doorstart van de e-portemonnee maakt deel uit van het Europees project Community Currencies in Action (CCIA). Een van de partners is Spice, een NGO in Engeland en Wales met ruime ervaring in het opzetten van Timebanks: een systeem waar de deelnemers elkaars inzet waarderen in tijd. Spice vierde onlangs haar 5-jarig jubileum. www.justaddspice.org

Naar gelijkenis van deze Timebanks, start Het Kenniscentrum Woonzorg Brussel vzw onder de naam BuurtPensioen een gemeenschapsmunt op. Leden verdienen ‘kredieturen’ door ondersteuning te leveren aan andere ouderen of personen met een beperking in de wijk.  De gepresteerde uren worden geregistreerd in hun persoonlijke kredietrekening en kunnen onmiddellijk of later gebruikt worden om een familielid, een vriend, of zichzelf de nodige hulp te bieden. Je draagt iets positief bij aan de buurt en tegelijk werkt aan je eigen toekomst, zonder afhankelijk te moeten zijn van je spaarcenten of pensioenuitkeringen. Dit pilootproject krijgt steun van de Vlaamse Overheid binnen de oproep Sociale Innovatie.