Banken moeten durven kiezen

Salade de poivrons verts, rouges et jaunes avec tomates, ail et oignons rouges

"Een bank wordt geacht bedrijven de kans te geven om projecten te realiseren, en daar is terugbetaalbaarheid het belangrijkste criterium. Het is in elk land zo, dat de wetgever uitmaakt wat kan, en wat verboden is," zegt Michel Vermaerke van Febelfin in reactie op het filmpje Mind the Map dat FairFin gisteren de wereld in stuurde.

De realiteit die achter deze uitspraak schuilt is dat banken ongeveer vrij spel hebben om te kiezen in welke activiteiten ze investeren. Nochtans is de beslissing over waar geld in geïnvesteerd wordt een belangrijk maatschappelijk vraagstuk. De investeringen van vandaag, bepalen namelijk de wereld van morgen.

Hoe meer beleid, hoe meer schadelijke investeringen

Het is helemaal niet zo dat banken kritische reacties op hun investeringen negeren. Ze hechten er veel belang aan dat de buitenwereld kan zien dat ze met duurzaamheid en andere ethische vraagstukken begaan zijn. We zien ook dat heel wat banken investeringsbeleid rond bepaalde gevoelige domeinen – wapenproductie, klimaatvervuiling, etc… - ontwikkeld hebben. Maar wat merken we evengoed? Dat we juist bij banken met het meest uitgewerkte investeringsbeleid, bij de banken die geen gelegenheid laten liggen om hun maatschappelijke dienstigheid te etaleren, de meest schadelijke investeringen aantreffen!

Dat investeringsbeleid is, voor alle duidelijkheid, zelfregulering – banken bepalen hiermee zelf wat wel en wat niet kan. Banken weten dat ze tegelijkertijd rechter en advocaat zijn. Als Michel Vermaerke een pleidooi houdt om de dialoog over waar wel en niet in geïnvesteerd mag worden uit de bank te halen en in de samenleving te voeren, zijn wij het volmondig met hem eens.    

En hij heeft gelijk, de wetgever heeft de macht om bepaalde investeringen te verbieden. We waren dan ook erg tevreden toen er in 2007 in België, als eerste land ter wereld, effectief een wet werd aangenomen die investeringen in producenten van clustermunitie en anti-persoonsmijnen verbood. In 2009 werd deze uitgebreid, zodat ook producenten van wapens met verarmd uranium niet langer gefinancierd kunnen worden.

Helaas is ons gejuich sindsdien verstild. Zeven jaar later is het nog steeds wachten op de waterdichte implementering van onze Belgische primeur.

“Onvoldoende expertise” en andere slappe excuses

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het opstellen van een zwarte lijst van controversiële wapenproducenten – deadline 1 mei 2008! – zodat voor alle spelers de grenzen heel duidelijk worden afgebakend en de regering ook de gegevens heeft om deze wet te kunnen controleren. Maar Financiën schoof het dossier door naar Justitie, die het weer teruggaf, waarop… En zo verder. In 2012 trokken we toenmalige minister van Financiën Steven Vanackere voor de laatste keer aan zijn oren. Maar zonder succes. Frank Vanaerschot van FairFin: “We kregen te horen dat de betrokken ministeries onvoldoende expertise in huis hebben om zo een lijst op te stellen. Stel je eens voor dat zo een argument wordt ingeroepen voor elk wet die gestemd wordt.”

Ondertussen hadden banken zelf  al lijsten van producenten van controversiële wapens opgesteld. Waardoor  de financiering van bijvoorbeeld clustermunitie door banken actief in België is sterk teruggedrongen. Wat bewijst: het kan als je het wil.

Duurzame producten zijn niet genoeg

Punt is alleen dat er nog heel veel werk aan de winkel is en dat banken – net als overheden – te gemakkelijk slappe excuses inroepen om hun algemeen beleid niet aan te passen. Liever steken ze geld in het ontwikkelen van duurzame producten, zoals Vermaerke in zijn reactie ook aanhaalt.

Nog afgezien van het feit of deze producten dan écht OK zijn, zijn duurzame producten alleen niet genoeg. Eén salade in de aanbieding maakt McDonalds nog niet gezond. Banken moeten sterke uitsluitingscriteria ontwikkelen voor al hun investeringen, zodat ook kinderarbeid, ernstige milieuvervuiling en schending van de mensenrechten niet meer kunnen worden gefinancierd.