Hoe banken politiek maken

Banken in België zijn zeer actief in het lobbyen. Dat is een probleem omdat politici eenzijdige informatie krijgen. Door dermate op expertise uit de sector te vertrouwen, houden ze dit belangenconflict in stand. “Meer transparantie en grotere toegang voor andere groepen klinkt goed, maar de toegang voor de financiële sector beperken is misschien de meest pragmatische oplossing,” zegt Martina Schwab van FairFin.

In theorie kan iedereen ideeën met politici delen. In de praktijk is het echter een groot verschil of je daarvoor 1700 lobbyisten en 120 miljoen euro ter beschikking hebt of met een fractie hiervan moet werken. Deze cijfers uit een onderzoek van de NGO  Corporate Europe Observatory (CEO) geven het totaal van de financiële lobby op EU niveau weer.

Hoe staat het met lobby in de Belgische bankensector? 80% van de banken actief op de Belgische markt, hebben hun hoofdkwartier in het buitenland. Het zijn vooral deze grote, internationale banken die opvallend actief zijn in de lobbywereld.  Deze banken zijn niet alleen beter uitgerust om te lobbyen, ze hebben er ook meer baat bij: ze verhandelen meer complexe financiële instrumenten. Deze activiteit heeft veel te lijden van regulering en dus veel te winnen door lobby.

“Het gaat om middelen”
In het EU transparency register, waar bedrijven en organisaties vrijwillig kunnen aangeven hoeveel personeel en budget ze uittrekken voor lobby, vinden we terug dat Deutsche Bank (16 mensen, 3,9 miljoen euro), BNP Paribas (13 lobbyisten, 1 miljoen euro), ING Bank (3 lobbyisten, 200.000 euro), KBC en Triodos (beiden 2 lobbyisten en 10.000 euro) in totaal 36 lobbyisten en een jaarlijks budget van meer dan 5,1 miljoen euro hebben geregistreerd. De andere drie Belgische banken (Argenta, Belfius en VDK Spaarbank) en de Nederlandse bank Van Lanschot hebben niks ingegeven in het register. Opvallend is dat de Dexia-holding (een niet-actieve bank!), garant staat voor nog eens 3 lobbyisten en 400.000 euro per jaar.

De relatie tussen uitgegeven geld en impact op wetgeving is moeilijk te meten. Joost Mulder van de NGO Finance Watch: “Het gaat om middelen. Het gaat erom genoeg mensen te hebben om uitgebreide onderzoeken te doen en dan de juiste data op te graven om de standpunten van de industrie mee te bevestigen. Het gaat erom geld te kunnen uitgeven aan events en in staat te zijn meer mensen te werk te stellen om meer meetings te kunnen doen. Zelfs al zouden politici meer naar ons willen luisteren dan ze doen, zouden ze nog veel meer blootgesteld worden aan wat de financiële sector zegt.”

Auteur: 
Martina Schwab
Type: 
dossier (2015, NL)