Duurzaam beleggen, een contradictio in terminis?

Duurzame beleggingsfondsen gebruiken je geld hoofdzakelijk om te beleggen in aandelen of obligaties van beursgenoteerde bedrijven. Deze bedrijven worden gescreend op een aantal sociale en/of ecologische criteria - en scoren doorgaans bij de besten van een specifieke sector. De selectiviteit en kwaliteit van de screening verschilt echter van fonds tot fonds. De maatschappelijke meerwaarde van de gefinancierde ondernemingen valt dus niet eenduidig te bepalen. Een overzicht van beleggingsfondsen met duurzaamheidscriteria vind je hier.

Behalve de (soms twijfelachtige) kwaliteit van de screening, gaat het natuurlijk ook over beursgenoteerde bedrijven. Bedrijven die op de beurs noteren, moeten - om de aandeelhouders tevreden te stellen - een aantrekkelijk financieel rendement bieden. ‘Aantrekkelijk’ betekent in de praktijk vaak ‘zo hoog mogelijk’. Het gaat dus meestal om bedrijven die niet vies zijn van winstmaximalisatie. Bovendien impliceert de beursnotering ook dat deze bedrijven - meer dan niet-beursgenoteerde bedrijven - vlot hun weg vinden naar de kapitaalmarkt. Duurzame KMO’s, vzw’s, de meeste bedrijven uit ontwikkelingslanden, … komen niet in aanmerking om voor een plaatsje in een 'duurzaam' beleggingsfonds (wegens niet-beursgenoteerd). En dat terwijl precies deze bedrijven kampen met een hoge financieringsbehoefte. Op deze pagina's vind je meer informatie over duurzame directe en indirecte investeringen in niet-beursgenoteerde bedrijven en organisaties.

Een tweede bedenking: in zogenaamde duurzame beleggingsfondsen vinden we ook ondernemingen met activiteiten die weinig te maken hebben met duurzaamheid. Olieontginning, auto-assemblage of het aanbieden van vliegtuigreizen kan men doen op een (min of meer) 'groene' manier. Maar fundamenteel gezien zijn en - blijven - het activiteiten die niet duurzaam zijn en op termijn moeten verminderen - of zelfs helemaal verdwijnen. Wie een heroriëntatie van de economie wil ondersteunen via een duurzaam spaar- en investeringsgedrag, is dus niet aan het juiste adres bij de meeste duurzame beleggingsfondsen.

Voorstanders van duurzaam beleggen verwijzen vooral naar de omvang van de bedrijven in de beleggingsfondsen. Indien men grote bedrijven kan stimuleren om aandacht te besteden aan duurzame bedrijfsvoering, kunnen ze een voorbeeldrol vervullen voor anderen. Bovendien is de impact van dit soort bedrijven vaak zo groot, dat zelfs een kleine wijziging van het beleid al grote positieve gevolgen kan hebben.

Voorstanders argumenteren dat duurzaam beleggen een positieve impact heeft op beursgenoteerde bedrijven. De rechtstreekse bevraging van bedrijven in het kader van de screening, kan de aandacht vestigen op topics waar het bedrijf voordien niet bij stilstond. Verder is duurzaamheid voor veel ondernemingen ook een imagokwestie. Het staat nu eenmaal goed om opgenomen te worden in ‘ethische’ beleggingsfondsen. Wanneer men uit de mand valt, kan men via extra inspanningen proberen om toch te voldoen aan de screening-vereisten. Een ander belangrijk argument voor beheerders van een duurzaam fonds is de mogelijkheid om aan actief aandeelhouderschap te doen – en dus te kunnen stemmen en kritische vragen stellen op de algemene vergaderingen van bedrijven. Op die manier kan men tegelijkertijd de waarde van de aandelen ondersteunen.

De vraag of je ‘duurzame ontwikkeling’ en ‘beleggen’ kan combineren in één formule, is niet eenduidig te beantwoorden. Het is vooral een kwestie van je eigen overtuiging, en wat je wilt dat er met jouw geld gebeurt. Kies je voor de ondersteuning van kleine initiatieven die veel kunnen betekenen voor een beperkt aantal mensen? Of wil je dat je geld bijdraagt tot veranderingen die in beperkte mate bijdragen tot duurzame ontwikkeling voor een groot aantal mensen? Meer informatie vind je hier.