De kleren van de keizer, de centen van de dictator

Analyse over criminele en zwarte geldstromen

Het Midden-Oosten staat in vuur en vlam. Tienduizenden mensen komen op straat voor vrije verkiezingen. Mensen zijn de jarenlange corruptie en de sociaal-economische stilstand hartsgrondig beu. Libiërs eisen dat inkomsten uit natuurlijke grondstoffen terugvloeien naar de bevolking. Het is dan ook logisch dat de VS, de EU en Zwitserland de buitenlandse bankrekeningen van dictators als Kadhafi en Moebarak bevriezen. Maar is het niet merkwaardig dat leiders van corrupte en dictatoriale regimes überhaupt ooit de kans kregen om hun geld te parkeren op westerse bankrekeningen? Hoe komt het dat banken deze malafide praktijken toestaan? En hoe is de situatie in België?

It takes two to tango

In maart 2009 deed globalwitness.org haarfijn uit de doeken dat dictators niet al teveel problemen ondervinden om hun centen te beleggen in het buitenland. In België verleenden onder meer Deutsche Bank, Citibank en Fortis hun diensten aan corrupte leiders.

In de meeste EU-landen – waaronder ook België – en de VS zijn banken verplicht om na te gaan of het geld van klanten niet op illegale wijze werd verworven. In realiteit is het echter onduidelijk hoe ver de banken moeten gaan in deze background-check van hun klanten. Soms is de regelgeving zodanig complex, dat het relatief eenvoudig is om achterpoortjes te vinden. Banken hoeven de wet dus niet altijd te overtreden indien ze met minder koosjere klanten in zee gaan.

Op die manier helpen overheden (door geen sluitende wetgeving te voorzien) en banken (door niet verder te kijken dan strikt noodzakelijk) corrupte regimes mee in het zadel houden. Politieke elites van corrupte regimes steken de opbrengsten van natuurlijke rijkdommen in eigen zak, maar zonder een veilige, buitenlandse bankrekening kunnen ze weinig aanvangen. “It takes two to tango,” luidt de treffende omschrijving van globalwitness.org.

Bankgeheimen

De oplossing lijkt eenvoudig: overheden zorgen voor een sluitende wetgeving, banken houden zich vervolgens aan die wet. Wie op een hoop zwart of verdacht geld zit, kan er geen kant mee op. Internationale samenwerking zorgt er vervolgens voor dat de afgesproken standaard wereldwijd wordt toegepast.

Zo’n eenvoudige remedie is echter niet voor morgen. Er is weinig politieke wil om een effectief beleid uit te werken. Een drastische wetgeving zou immers niet enkel gevolgen hebben voor corrupte elites uit ontwikkelingslanden. Ook kapitaalkrachtige particulieren en bedrijven zien zo’n strikte wetgeving niet zitten.

En ook overheden en banken doen er alles aan om zoveel mogelijk (buitenlands) kapitaal aan te trekken. Financiële centra als Londen, New York, Singapore en Zwitserland hebben een flexibele wetgeving – en beheren ettelijke miljarden buitenlands geld. Gespecialiseerde banken hebben hoogopgeleide fiscalisten in dienst, die particulieren en multinationals wijzen op hiaten in de wetgeving – wat toelaat om handig gebruik te maken van trusts, anonieme rekeningen, en geldstromen naar belastingparadijzen.

Internationale druk

Het streven naar meer transparantie en internationale samenwerking kreeg een boost na de aanslagen van 9/11. Naar aanleiding van de financiële crisis in 2008 kwam er een tweede stroomversnelling inzake internationale samenwerking. In 2009 keurde de G20 de OESO-standaarden rond transparantie en informatie-uitwisseling goed. De Financial Action Task Force (TATF) – ondersteund door de G7 en de Europese Commissie – formuleerde zo’n veertig aanbevelingen om zwarte en/of criminele geldstromen tegen te gaan.

Landen die zich onvoldoende inzetten om de aanbevelingen van de OESO en de TATF te implementeren, komen terecht op zwarte of grijze lijsten. Een aanpak die lijkt te werken. Overheden tonen zich erg gevoelig voor de mogelijke imagoschade van zo’n negatieve beoordeling. Zo kwam België in 2009 op de grijze lijst van de OESO terecht, wat ons land aanzette om met dringende spoed een aantal bilaterale verdragen te ondertekenen, met betrekking tot de uitwisseling van bankgegevens. Ook andere landen haastten zich om van de lijst te worden geschrapt. Op 1 maart 2011 berichtte De Tijd dat ook de Zwitsers doortastender optreden sinds het land op de beruchte grijze lijst belandde. Zwitserland paste haar wetgeving aan en neemt sindsdien het voortouw in het bevriezen van tegoeden van (voormalige) dictators uit het Midden-Oosten.

Niet iedereen is onder de indruk van de criteria die door de OESO en de FATF worden opgelegd. Tegenstanders opperen dat de maatregelen en aanbevelingen niet ver genoeg gaan. Een eerste kritiek luidt dat de OESO en de TATF gedomineerd worden door westerse landen – die belastingparadijzen met de vinger wijzen, in plaats van de hand in eigen boezem te steken. Anderzijds vinden gespecialiseerde organisaties en ngo’s dat de maatregelen en aanbevelingen vaak niet ver genoeg gaan, zodat overheden geen doortastende maatregelen hoeven te treffen.

Ook anno 2011 blijven achterpoortjes bestaan. Op die manier kunnen bedrijven en grootverdieners belastingen in eigen land ontwijken. Ook corrupte leiders en dito politieke elites hebben nog altijd weinig moeite om hun geld – verdiend met natuurlijke rijkdommen – via dezelfde achterpoortjes te versluizen naar veiliger oorden. Tegelijk kunnen heel wat landen ermee pronken dat ze de nieuwe richtlijnen halen. Hoe strikt die nieuwe richtlijnen eigenlijk zijn, lijkt bijzaak.

België een slechte leerling?

België engageerde zich om de aanbevelingen en richtlijnen van de OESO en de FATF te implementeren. Toch scoort België niet fantastisch op het vlak van transparantie. In 2009 stond België een tijdje op de grijze lijst van de OESO. Ons land behaalde toen een transparantiescore van amper 27%, op basis van de sleutelindicatoren voor financiële geheimhouding.

Om het internationale blazoen op te poetsen, nam België een handvol nieuwe maatregelen. Toch lijkt het erop dat ons land vooral de schijn wil ophouden. Illustratief voor die houding is het recente akkoord over de opheffing van het Belgische bankgeheim - dat recent werd goedgekeurd in de Kamercommissie Financiën en Begroting. Het bankgeheim kan voortaan opgeheven worden indien er aanwijzingen van fraude zijn. Tegelijkertijd besliste het parlement om de mogelijkheden tot minnelijke schikkingen uit te breiden. Wie de wet overtreedt, kan het dus nog altijd op een akkoordje gooien met die fiscus.

Het halfslachtige akkoord kreeg kritiek vanuit verschillende hoeken, onder meer van Financieel Actie Netwerk en Netwerk Vlaanderen. Ook s.pa-kamerlid Dirk Van der Maelen reageerde ontgoocheld: “Fraudeurs en hun entourage van raadgevers en dure advocaten kunnen alvast de champagne ontkurken. Voor de eerlijke belastingbetaler is het een trieste dag.”

Jetje De Groof

Informatie over de geldstromen van corrupte regimes en dictators:www.globalwitness.orgRapport “Undue diligence. How banks do business with corrupt regimes”Korte samenvatting van dit rapport:

Informatie over trusts, stichtingen, anonieme rekeningen en belastingparadijzen:Task Force on Financial Integrity and Economic Development

Informatie over standaarden van de OESO en de TATF:OESO-standaarden voor transparantie en informatie-uitwisseling40 aanbevelingen van de Financial Action Task Force

Informatie over kritiek op de standaarden van OESO en TATF:Tax Justice Networkwww.taxjustice.netGlobal Witnesswww.globalwitness.orgTask Force on Financial Integrity and Economic Developmentwww.financialtaskforce.org

Informatie over landen waarmee België een akkoord heeft voor informatie-uitwisseling/ maatregelen om de aanbevelingen van TATF te implementeren:Cel voor Financiële InformatieverwerkingInformatie over de sleutelindicatoren voor financiële geheimhoudingKritiek over het recente akkoord over het bankgeheim op de website van Netwerk Vlaanderen