Donut als referentie voor de economie... en spiegel voor de macht

“Mijn naam is een idee geworden,” zegt een veelgevraagde Kate Raworth in MO* Magazine. Ze gaat in gesprek met Christian Felber (van de Gemene-Goed-economie) op de dag dat ze beiden in Belgie zijn voor lezingen. Raworth gaf haar lezing op uitnodiging Arbeid & Milieu in samenwerking met FairFin, Transitie Netwerk Middenveld en ETUI.

Raworth pleit in haar boek Donut Economie voor een nieuwe visie op economie: het doel van economie moet niet zijn om het BBP te verhogen, maar om de mensheid een veilige en eerlijke plaats te geven. Dit kan door binnen 'de donut' te blijven. De donut staat voor een buitenring die rekening houdt met de draagwijdte van de planeet en een binnenring die het welzijn van de mens waarborgt (gebaseerd op de SDG's van de VN).

Het middenveld verwelkomt Raworth, omdat ze helder, begrijpelijk en inspirerend kan vertellen welke paradigmawisseling nodig is in onze strijd voor een duurzame en sociaal-rechtvaardige samenleving. Dat ze door haar naam dit verhaal op de VRT kan vertellen, helpt ons.

Het middenveld zou het middenveld niet zijn als er niet ook kritiek was. Zo is er in Raworth's verhaal bijvoorbeeld weinig plek voor de tegenstrijdige belangen die het huidige systeem op zijn plaats houden. Ons economisch en financieel systeem is de uitdrukking van de huidige krachtsverhoudingen en heel onze ideologie is ook daarop gebouwd. Kate Rayworth pleit voor verandering die radicaal is maar gebruikt terminologie die het radicale verhult. Als de door haar voorgestelde verandering echt moet doorgevoerd worden zal er heel wat tegenstand zijn van de gevestigde orde. De logica van de investeerders die constant op zoek is naar beter korte termijnrendement op zijn kapitaal en de visie die Kate Raworth naar voren schuift, botsen vroeg of laat met elkaar. Welke plaats heeft die confrontatie in het donutdenken?

Groeiende beeldspraak

Een eerder dubbel punt daarnaast, is de manier waarop Raworth metaforen uit de natuur gebruikt om enkele van haar voornaamste punten kracht bij te zetten. Een grootschalige circulaire economie, waar alle afval opnieuw grondstof wordt voor vanalles, want 'in de natuur wordt een dode papegaai ook niet weer een papegaai'. Zo benadrukt ze ook dat groei in de natuur geen doel is, maar een overgangsfase om tot volwassenheid te komen. “Als mijn kinderen nooit stoppen met groeien, dan passen ze binnenkort niet meer aan mijn tafel en zullen ze uiteindelijk door het dak van mijn huis breken.”

Nu is het altijd een beetje tricky om de natuur als vanzelfsprekend voorbeeld te nemen. In de natuur eten sommige partners elkaar op na de seks, om maar iets te noemen. Maar belangrijker: beeldspraak kan veel inzicht geven en mensen mee krijgen, maar geeft ook ruimte aan interpretatie. En dat kan een sterk verhaal in de weg staan.

Dit liet Wouter Beke mooi zien in een opiniestuk op Knack.be enkele dagen nadat hij met Raworth bij de VRT aan tafel had gezeten. In dit stuk met de titel 'Rechts moet beseffen dat de economie ten dienste van de mens moet staan, en niet omgekeerd' gaat hij wel zeer vrijblijvend met het begrip 'groei' om. Alsof lineaire groei gelijkstaat aan groeien in het leven: “Ook ik wil mijn kinderen zien groeien. Niet eeuwig groeien in de hoogte, maar groeien in het leven.” Om vervolgens die groei in te vullen via liefdevolle relaties en een toffe job, naar een pensioen waar blijkbaar enkel geld voor gaat zijn als we economische groei nastreven. Deze mysterieuze stap legt Beke niet uit en hiermee wordt ook alle ruimte om Raworth's misvattingen over economische groei serieus te nemen, toegedekt.

Pensioen: oefening in donutdenken

Terwijl de vraag naar een kwaliteitsvol pensioen met de donutbril op net heel interessante pistes opent. Beke's redenering  gaat al meteen uit van een dogma dat gehanteerd wordt als natuurwet: 'pensioen = een via de beurs gespijsde pot met geld die klaarstaat op je 65ste'. In die logica heb je inderdaad een economie nodig die in essentie twee doelen dient. Eerst goederen en dienstverlening produceren, die daarop voldoende meerwaarde realiseren om potten met geld te vullen voor ieders pensioen. Ziedaar de onontkoombare noodzaak tot economische groei. Maar als je met de bril van Raworth kijkt, zou je evengoed de vraag kunnen stellen of geld de enige mogelijke weg is naar een waardevol leven na je pensioen. Wat je nodig hebt in die levensfase is een aangepaste plek om te wonen, toegang tot de zorg die je eventueel nodig hebt en, misschien nog het belangrijkste: omgeven zijn door de mensen die er voor jou toe doen. Is 'een pot met belegd geld' werkelijk de beste of zelfs enige manier om deze bestaanszekerheid te garanderen?

Of nog een stap verder. In de gemeenschappen op deze aarde waar mensen het langst én het gelukkigst leven (de zogenaamde "blue zones"), bestaat er niet zoiets als pensioen. Mensen ervaren namelijk betekenis in het actief bijdragen daar waar ze kunnen en in de mate van hun mogelijkheden. Mocht alle werk werkbaar zijn, mocht 'bijdragen aan de samenleving en de economie' kunnen bestaan op een manier die meer zingevend is dan uitputtend, mocht alle werk dat nu buiten beeld van het BBP blijft (zorg voor kinderen, ouderen, buren,...) even sterk naar waarde worden geschat als de stijgende BBP-curve, dan zou pensioen een verouderd concept kunnen blijken. Raworth nodigt ons uit om tot op dit diepe niveau onze aannames en manier van kijken in vraag te stellen en waar nodig te ontmantelen.

Individuele levenskwaliteit volstaat niet als uitgangspunt

Maar Beke wil zo diep helemaal niet gaan (enkele dagen na het verschijnen van deze opinie onthulde hij in een speech het thema Geld – en niet Geloof – naast Gezin, Geborgenheid en Gezondheid als speerpunt van zijn partij), hij wil vooral aan de oppervlakte blijven om oude ideeen in stand te houden. Dat 'links moet beseffen dat de mens een scheppend wezen is', bijvoorbeeld en dat 'rechts moet beseffen dat de economie ten dienste van de mens moet staan'. Alsof je binnen de donut niks kunt creeeren. Honderden duurzame cooperaties, kunstenaars en andere ondernemers in Belgie alleen al bewijzen het tegendeel. Alsof er geen liberalen zijn die vraagtekens stellen bij vrijhandel. Zelfverklaard liberaal Felber doet het in het interview met MO*. En ik meen me te herinneren dat Arnold Schwarzenegger als gouverneur van Californie (die andere bekende Oostenrijker) ook al heeft laten zien dat vergaande klimaatregulering het ondernemersklimaat geen strobreed in de weg moet leggen.

Beke concludeert door een focus op levenskwaliteit voor te stellen als compromis tussen groei en de donut. Maar dit is geen compromis, dit is een keuze. Levenskwaliteit is een subjectief begrip. Bovendien tonen tal voorbeelden aan dat de kwaliteit van de een de kwaliteit van de ander in de weg staat. Groei in de wetenschap gefinancierd door farmagiganten die gevaarlijke proeven doen op kinderen in arme landen. Ieder seizoen nieuwe kleding in alle winkels door fabrieksarbeiders in Bangladesh en India onder onmenselijke productiedruk te zetten. En als iedereen ter wereld 'een reis met het gezin' zou maken zoals de gemiddelde Vlaming dat doet, verschuiven de klimaatdoelstellingen richting onbereikbaarheid.

Deze tijd vraagt om duidelijker afspraken. De donut is hiervoor een goede referentie.

Ziehier een filmpje dat ETUI maakte rond de lezing van Raworth. Foto's en een verslag van Arbeid & Milieu vind je hier.