NGO’s dienen klacht in tegen ING wegens milieuschade en schending van de mensenrechten

Verschillende internationale ngo’s dienen vandaag een klacht in bij de OESO tegen ING. Ze klagen aan dat de bank vier palmoliebedrijven financiert die betrokken zijn bij grootschalige ontbossing van tropisch regenwoud, landroof en kinderarbeid. De procedure kan mogelijk verregaande gevolgen hebben voor de gehele bancaire sector. Ook verschillende Belgische ngo's steunen de klacht, waaronder FairFin.

Milieudefensie (Nederland), Centre pour l'Environnement et Développement (Kameroen), Centre pour l'Environnement et Développement (Kameroen), Sustainable Development Institute (Liberia) en Wahana lingkungan Hidup Indonesia (Indonesië) dienen vandaag een klacht in tegen ING Groep bij het Nationaal Contact Punt voor de OESO-richtlijnen in Nederland. De klacht betreft de financiering van de palmoliebedrijven Noble Group, Bolloré Group, Socfin en Wilmar International. Deze zijn betrokken bij grootschalige ontbossing van tropisch regenwoud, landroof en kinderarbeid.

De klagers eisen dat ING deze palmoliebedrijven en de industriële palmoliesector als geheel van de hand doet. Daarnaast willen ze dat de Nederlandse autoriteiten erkennen dat, hoewel de bank zich bewust was van de schade, zij niet naar behoren heeft gehandeld om deze aan te pakken en daarom heeft bijgedragen aan de schade. Ook roepen zij de Nederlandse overheid op om bindende regelgeving voor de financiële sector in te voeren. De initiatiefnemers roepen tot slot ook burgers op om de campagne te steunen en het bankieren met ING te heroverwegen vanwege de milieuschade en de schending van de mensenrechten.  

De strategie van ING werkt niet

"We informeren ING al sinds het begin van deze eeuw over de misstanden in de industriële palmoliesector", aldus Miriam Vreman, beleidsmedewerker bij Milieudefensie. "Ook in België vragen we ING nu al meer dan 4 jaar om de financiering van Socfin stop te zetten. De strategie van ING is om problematische bedrijven te ondersteunen in de richting van meer duurzame praktijken. Maar na zoveel jaren is het duidelijk dat deze dialoog weinig zoden aan de dijk legt", zegt Florence Kroff, coördinator van FIAN België. FIAN (voorheen Foodfirst Information and Action Network) is de eerste internationale organisatie die zich inzet in de strijd voor het recht op voedzaam voedsel en voedselzekerheid voor iedereen.

Oslan Purba, hoofd programma's bij WALHI, zegt: "De industriële palmoliesector is een van de belangrijkste krachten achter de ontbossing in Indonesië. De sector gebruikt zijn invloed op de Indonesische overheid om zijn belangen te beschermen. Elke Euro die in malafide bedrijven wordt gestort betekent verdere ontbossing door de uitbreiding van plantages. Illegale praktijken ondermijnen daarenboven het Indonesische moratorium op de uitbreiding van industriële activiteiten in oerbossen en veengebieden”.

Samuel Nguiffo, directeur van het Centre pour l'Environnement et Développement in Kameroen (CED), legt verder uit: "Landeigendom en -gebruik is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van de landbouw in Kameroen, waar bijna elk stuk land wordt gebruikt door lokale en inheemse gemeenschappen. Grootschalige palmolieconcessies leiden automatisch tot landroof en schendingen van de mensenrechten en beroven de Kameroense bevolking van haar bestaansmiddelen.”

James Otto, programmamanager bij Sustainable Development Institute in Liberia (SDI), zegt dat “Liberia zich aan frontlijn van industriële palmolieontwikkelingen in West-Afrika bevindt. Onze bevolking lijdt onder mensenrechtenschendingen. Schendingen van arbeidsrechten en kinderarbeid zijn systematisch aanwezig in het uitbuitingsmodel van de industriële palmolieproductie. De grootste overgebleven bosgebieden in het Boven-Guinese Woud dreigen uitgeput te raken als deze bedrijven gewoon door blijven gaan met hun activiteiten.”

Wangedrag

De klacht wordt ondersteund door bewijsmateriaal over wangedrag van vier klanten van ING: 

"In België kondigde ING na Stop Greenwash-ING campagne, geleid door een coalitie van NGO's, in januari de opschorting van alle nieuwe financiering voor Socfin aan, alvorens twee maanden later terug te trekken. Het gebrek aan publieke regelgeving zet ons ertoe aan deze klacht te steunen om multinationals en de financiële sector te dwingen hun verplichtingen en mensenrechten te respecteren" legt Stéphane Desgain, onderzoeker bij CNCD-11.11.11 uit.

Gevolgen voor ING

Als het Nederlandse contactpunt voor de OESO-Richtlijnen de beschuldigingen staande houdt, kan dit gevolgen hebben voor ING. Het kan worden uitgesloten van handelsmissies, subsidies en overheidssteun in het buitenland. Belangrijker nog, het schept een precedent voor andere banken over hoe zij zich aan de OESO-richtlijnen moeten houden en vergroot de kans dat gemeenschappen verhaal krijgen. De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen verduidelijken wat overheden verwachten van bedrijven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze geven aan hoe bedrijven moeten omgaan met mensenrechten, kinderarbeid, milieu en corruptie.

Richtlijnen

Het Franse Contact Punt voor de OESO-richtlijnen stelde al eerder vast dat ING-klant Socfin niet aan de richtlijnen voldeed. Verschillende andere financiële instellingen beëindigden al hun relaties met controversiële palmoliebedrijven, waaronder de Noble Group. Zo stopte het Noorse overheidspensioenfonds bijvoorbeeld met het financieren van niet minder dan 33 verschillende palmoliebedrijven. In Nederland trok verzekeringsmaatschappij Aegon zich recent volledig terug uit investeringen in de palmoliesector. 

Steun vanuit België

Verschillende Belgische ngo's steunen de klacht: FairFin, Financité, FIAN Belgium, Oxfam-en-Belgique, Oxfam-in-België, 11.11.11, CNCD-11.11.11, , Entraide & Fraternité, SOS Faim, AEFJN en FERN.